|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Visietekst
De ongelijke machtsverhoudingen in de huidige wereldorde werken een duurzame ontwikkeling tegen. Het Israëlisch-Palestijns conflict is daarvan één van de meest uitgesproken voorbeelden. Zolang de internationale gemeenschap geen rekening houdt met deze ongelijke machtsverhoudingen (en erkent dat internationale druk op Israël dus nodig is), kan een duurzame en rechtvaardige vrede onmogelijk bereikt worden.
De oorsprong van het conflictTen gevolge van de jodenpogroms in Oost- en Centraal Europa ontstond op het einde van de negentiende eeuw het zionisme, een joods-nationalistische ideologie die pleitte voor de oprichting van een joodse staat door middel van bevolkingskolonisatie als oplossing voor de vervolgingen en discriminaties van de joden. Hoewel de zionistische leiders van het eerste uur seculiere joden waren, werd uit strategische en mobiliserende overwegingen voor ‘het beloofde land Palestina’ geopteerd. Het zionistische project bestaat erin om een zo joods mogelijke staat te maken met een sterke band met het westen, op een zo groot mogelijk territorium, in een land waarin de joden een kleine minderheid waren (minder dan 5 % ). Dit moest onvermijdelijk leiden tot een conflict met de oorspronkelijke Palestijnse bevolking. De zionistische ideologie paste perfect in de geest van het Europese kolonialisme van de negentiende eeuw, waarbij de belangen van de kolonisten primeerden op de rechten van de autochtone bevolking. Het zionisme vond aanvankelijk maar bij een minderheid van de Europese joden weerklank. De jodenvervolgingen door de nazi’s zorgden hier voor een ommekeer. Eind jaren ’30 escaleerde het conflict om vanaf 1947 over te gaan in een openlijke burgeroorlog, die op zijn beurt uitmondde in de Israëlisch-Arabische oorlog van 1948. Beseffende dat een exclusief joodse staat onmogelijk was in een gebied met een niet-joodse meerderheid, gebruikten de zionistische leiders de oorlog van 1948-1949 voor een grootschalige etnische zuivering op de Palestijnse bevolking. Deze etnische zuivering, (waarbij 750.000 tot 900.000 Palestijnen van hun gronden en goed werden verdreven en leidde tot de verwoesting van 418 Palestijnse dorpen en ontvolking van 11 steden) staat tot vandaag bij de Palestijnse bevolking bekend als Al-Nakba of ‘de catastrofe’. Om de nieuwe joodse meerderheid in stand te houden (gecreëerd door de etnische zuivering), werd in 1950-1952 de Israëlische Wet op de Terugkeer goedgekeurd. Deze wet verleent niet alleen aan alle joden ter wereld het recht om zich in de staat Israël te vestigen en het staatsburgerschap te verwerven maar verhindert ook dat de Palestijnse vluchtelingen naar hun eigendommen kunnen terugkeren. Het recht op terugkeer (VN-resolutie 194) is erkend door de Algemene Vergadering van de VN (waar het nog elk jaar opnieuw bevestigd wordt) en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Na afloop van de oorlog in 1948-1949 legde Israël beslag op 78 % van het vroegere mandaatgebied zonder zijn grenzen grondwettelijk vast te leggen zodat het zijn expansiepolitiek kon voortzetten. Onmiddellijk na de oorlog van 1967 werden de eerste nederzettingen in de Bezette Gebieden gebouwd met de bedoeling om zoveel mogelijk land en water bij Israël in te lijven. Tot op vandaag is het zionisme de drijfveer van de Israëlische politiek, dat zich niet alleen vertaalt in de voortdurende inbeslagname en vernieling van Palestijnse eigendommen, maar ook in een racistisch beleid van verregaande discriminatie tegenover niet-joodse, vooral Palestijnse burgers van de staat Israël. Het zionisme impliceert de schending van de fundamentele mensenrechten van de Palestijnen en belemmert een rechtvaardige en duurzame oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict. De uitvoering van het zionistische project zou niet mogelijk geweest zijn zonder de steun van het Westen. Groot-Brittannië dat het mandaatgebied Palestina na de Eerste Wereldoorlog beheerde, beloofde de joden een thuisland, een idee dat na de holocaust in heel Europa en de Verenigde Staten weerklank vond. De sterke aanwezigheid van zionistische lobbygroepen zorgde er bovendien voor dat een vertekend beeld van de situatie wereldwijd en ook bij de joodse bevolking van de staat Israël zelf ingeburgerd raakte en tot op vandaag in stand wordt gehouden. Ze maakten hierbij handig gebruik van de bestaande joodse religieuze mythes over het “historische recht van de joden op Palestina: een land zonder volk voor een volk zonder land”. De huidige politieke machtsverhoudingen zorgen er bovendien voor dat de internationale gemeenschap niet alleen passief toekijkt hoe de staat Israël het internationaal recht voortdurend schendt, maar het zelfs politiek, economisch en militair steunt.
Ontwikkeling van de PalestijnenDe westerse steun aan de Israëlische politiek heeft dramatische gevolgen voor de ontwikkeling van het Palestijnse volk. Vóór het ontstaan van de staat Israël beschikte de Palestijnse bevolking over een eigen industrie en economie met onder andere handel met Zuid-Europese havens als Marseille. Sinds de bezetting van 1967 met de meer dan 2.300 militaire orders die Israël uitvaardigde, werd de Palestijnse economie volledig gewurgd. Door de illegale nederzettingspolitiek gingen uitgestrekte landbouwgronden, waterbronnen en putten verloren. Olijfgaarden en citrusplantages werden massaal vernietigd of in beslag genomen, en duizenden woningen verwoest. De talrijke checkpoints, een ‘neveneffect’ van de Oslo-‘vredes’-akkoorden, en nu ook de apartheidsmuur verlammen vrije doorgang/vrij verkeer van personen en goederen. Vóór de bezetting exporteerden de Palestijnen groenten en fruit naar de omringende Arabische landen; heden moet 70 % van de bevolking overleven met 2 dollar per dag. Internationale noodhulp is in de huidige situatie noodzakelijk, maar kan op zich de Palestijnse economie niet redden. Een soevereine Palestijnse staat genereert economische leefbaarheid. Daarvoor is een einde aan de bezettingspolitiek van de staat Israël, een absolute voorwaarde.
Politieke eisen:Een rechtvaardige oplossing voor het conflict moet gebaseerd zijn op de naleving van het internationaal recht, zodat de Palestijnen alle rechten genieten in een soevereine democratische rechtstaat in Palestina. De tientallen jaren gewapend conflict hebben bewezen dat de oplossing niet militair beklonken kan worden. Het is in de eerste plaats in het belang van beide partijen dat het internationaal recht als basis van de oplossing aanvaard wordt, meerbepaald de uitvoering van de VN- resoluties, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Conventies van Genève. Daarom moet de staat Israël:
Nooit mag uit het oog verloren worden dat het hier om een situatie van bezetting gaat. Volgens het internationaal recht heeft elk volk het recht op verzet tegen de bezetter. (VN-Resolutie van de Algemene Vergadering 3246 (29-11-1974)). De Palestijnse leiders
De internationale gemeenschap en in het bijzonder de EU en België hebben de plicht de uitvoering van het internationaal recht van Israël af te dwingen:
Palestina Solidariteit vzw is ervan overtuigd dat de uitvoering van dit eisenplatform het pad effent naar een duurzame en rechtvaardige oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict. Palestina Solidariteit vzw klaagt elke vorm van discriminatie, antisemitisme, racisme en xenofobie aan en willen vooroordelen tegen bepaalde bevolkingsgroepen ontkrachten. Laatste update: 03/17/2012 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Home - Contact - Acties - Steun ons - Sitemap © Palestina Solidariteit vzw 2010 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||