Interview Mario Franssen

Interview

 

 

Mario Franssen groeide op in Overpelt en werkt sinds 2006 bij de beweging intal. Hij is de woordvoerder van de campagne “Israël koloniseert – Dexia financiert”[1]. Intal voert ook actie voor een militair embargo van Israël en tegen de samenwerking van de Leuvense Universiteit met de Israëlische militaire industrie in het kader van een Europees onderzoeksprogramma. Mario is vier keer naar Israël en de bezette Palestijnse gebieden gereisd. Een eerste keer in 1999 en een laatste keer in 2013.

 

Heb je tijdens je reizen naar Israël en de bezette gebieden veranderingen vastgesteld?

Het grootste verschil is er gekomen na de intifada van 2000. Het beetje optimisme dat er nog over was van begin jaren 90 met de Oslo-akkoorden verdween. Iedereen besefte dat de Oslo-akkoorden failliet waren en een oplossing niet op de agenda van Israël stond.

 

De Palestijnse president Abbas zei onlangs nog te willen onderhandelen met Israël. Zullen er nieuwe vredesgesprekken komen?

Als Israël een oplossing wilde, was die er al lang gekomen. De Israëlische regering wil geen oplossing en kan zich veroorloven om geen oplossing voor te stellen omdat ze de steun van de Verenigde Staten en Europa hebben. Voor de VS is Israël de enige stabiele factor in het Midden-Oosten en dat zullen ze niet snel prijs geven.

 

Kan Europa een rol spelen om het Israëlisch-Palestijns conflict op te lossen?

De Europese landen beschouwen en behandelen Israël als de 29ste lidstaat van de Europese Unie. Er werd een Associatieverdrag met Israël gesloten en er bestaan onderzoeksprogramma’s waarbij Israëlische universiteiten en bedrijven betrokken zijn. De belangen van de veiligheidsindustrie zijn enorm en wegen zwaarder door dan het respect voor de mensenrechten. Europa loopt achter op Israël wat de ontwikkeling van de drones betreft en heeft Israël dus nodig om een eigen drone-industrie uit te bouwen.

Daarnaast mogen we niet vergeten dat Israël een koloniaal project is, waarbij een Oost-Europese joodse elite aan de macht kwam in Israël. Deze elite verdedigt de belangen van de economische machthebbers en gebruikt het veiligheidsdiscours om de sociaal-economische kloof te verdoezelen. Europa en Israël hebben teveel economische belangen om naar een oplossing te zoeken.

 

Wat kunnen wij doen, welke pistes zijn er mogelijk?

Een zoveelste vredesconferentie zal niet direct iets opleveren. Om het beleid in Europa te veranderen moeten we druk uitoefenen op de politici, op diegenen die de agenda bepalen en die de macht hebben om politieke sancties op te leggen. We moeten actie voeren tegen de goede economische betrekkingen tussen Europa en Israël. We moeten het onmogelijk maken dat de Europese Unie van de Israëlische bezetting profiteert. Vandaar het belang van sancties tegen Israël, en dit is uiteindelijk een politieke kwestie. Sancties zijn het derde luik van de BDS-campagne (Boycot-Desinvestment-Sanctions)[2].

 

Wat denk je van de Belgische parlementaire resolutie voor de erkenning van de Palestijnse staat?

De inhoud van de Belgische resolutie is zowat de slechtste van heel Europa. België maakt de erkenning van een Palestijnse Staat afhankelijk van een goedkeuring door Israël. Niemand gelooft dat dit snel zal gebeuren. De erkenning van een Palestijnse Staat is echter wel van politiek belang. Het is een politiek signaal dat de bezettingspolitiek van Israël niet aanvaard wordt. Maar een erkenning is nog geen oplossing. Het is wel een eerste stap op basis van het internationaal recht. Daarnaast is het een extra argument in de strijd voor het realiseren van de rechten van de Palestijnen. Het is zoals de veroordeling van de Israëlische Apartheidsmuur door het Internationaal gerechtshof in Den Haag. Deze veroordeling kunnen we nu gebruiken in campagnes en ze is ook de basis geweest voor de opstart van de BDS-campagne. Anderzijds kunnen we alleen maar vaststellen dat de Muur er nog altijd staat.

 

Hoe belangrijk zijn de media?

Het is al te gemakkelijk om steeds met de vinger naar de media te wijzen. De privé-media zijn bedrijven die winst moeten maken. Journalisten moeten zich gedeeltelijk conformeren naar de eisen van de eindredacteur die de beslissingen neemt.

Daarnaast heb je de openbare, publieke media. Deze hebben ook de neiging om  zich te conformeren, maar dan vooral op basis van een politiek gewenste lijn. Ook hier zijn journalisten beperkt door de beslissingen van de eindredacteurs die zich moeten verantwoorden naar het bestuur en de raad van bestuur. Deze raad van bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van politieke partijen.

Tot slot zijn er nog de onafhankelijke, vooral on line, media zoals dewereldmorgen.be, MO*, Electronic Inttifada, maannews, ... .

 

Het bespelen van de publieke opinie via de media is belangrijk, en we kunnen klagen over deze media, en dat moeten we ook, maar dat mag ons niet verlammen of onze aandacht afleiden van het blijven organiseren van de solidariteit. We gaan de strijd van de propaganda enkel kunnen winnen als we erin slagen om een organisatie uit te bouwen die hier tegenin kan gaan.

 

Hoe zie je die organisatie van de solidariteit met het Palestijnse volk?

Organisatie is essentieel omdat we zo de nodige kracht kunnen opbouwen die in staat is om de strijd aan te gaan met de heersende politiek. De geschiedenis leert ons dat enkel sociale strijd veranderingen ten goede heeft kunnen afdwingen, of het nu gaat over het stemrecht, de afschaffing van de kinderarbeid of de opbouw van de sociale zekerheid. Grote organisaties zoals vakbonden, hebben de kracht om dingen te veranderen. We moeten dus een manier vinden om meer organisaties mee te trekken. Palestina is voor vele organisaties niet een absolute prioriteit. Maar als er een oorlog is, zijn wel veel organisaties bereid om te mobiliseren. Als we enig impact willen hebben, moeten we klaar staan om de verontwaardiging te capteren van brede lagen van de bevolking, om een beweging in gang te zetten en om eisen vooruit te schuiven.

 

Zo hebben de drie Belgische Gewesten hun handelsmissie van december 2014 naar Israël geannuleerd onder druk van een petitie die door meer dan 10 000 mensen ondertekend werd tijdens en in de nasleep van de oorlog tegen Gaza in 2014. Ook de campagne “Israël koloniseert – Dexia financiert” kan rekenen op de steun van meer dan 80 organisaties. Een veertigtal gemeenten hebben zelfs een motie goedgekeurd waarin ze eisen dat Dexia geen kredieten meer verleent aan de Israëlische kolonies in de bezette gebieden. Dit moet ons motiveren om steeds breder mensen te betrekken en onze eisen steeds opnieuw op tafel te leggen.

 

Zal de internationale machtsverhouding op termijn in het voordeel van de Palestijnen spelen?

Globaal gezien willen de meeste landen de rechten van de Palestijnen realiseren. Sommige landen zijn voortrekkers maar kunnen weinig doen. Zowat 135 landen hebben de Palestijnse staat erkend. Naar aanleiding van de Gaza-oorlog van juli-augustus 2014 hebben Bolivia en Venezuela hun ambassadeur uit Israël teruggeroepen. Daar tegenover staat dat de imperialistische landen Israël 100% steunen, en dat zij de economische en militaire macht hebben om hun wil door te drijven. We weten dus waar we tegenover staan. Het is echter aan ons om hier in België een dynamiek te ontwikkelen die bijvoorbeeld het verbreken van de economische relaties en het opschorten van het Associatieverdrag tussen de Europese Unie en Israël kan afdwingen.

 

Waarom voert Intal een campagne voor een militair embargo van Israël?

We vinden dit belangrijk omdat militaire samenwerking enerzijds een rechtstreekse bijdrage levert aan de oorlogen die Israël met de regelmaat van de klok voert. Daarnaast maakt dit ook de politieke steun van de drie Gewesten aan de politiek van Israël duidelijk. De Gewesten leveren in België vergunningen af voor de verkoop van wapens aan Israël. Aan de ene kant veroordelen onze politici Israël voor de oorlogen tegen de Palestijnen in de Gazastrook, maar intussen worden Belgische wapens aan Israël verkocht. Dit is zeer hypocriet natuurlijk.

 

Via deze campagne kunnen we ook andere onderliggende mechanismen blootleggen. Neem nu bijvoorbeeld het Europees onderzoeksprogramma Horizon 2020 dat in 2014 begonnen is. Een van de sectoren die in aanmerking komen voor financiering is de homeland security. Hierin is Israël is een van de belangrijkste partners.

In theorie is militair onderzoek uitgesloten, maar de Israëlische wapenindustrie wordt erbij betrokken met het excuus dat het enkel gaat over binnenlandse veiligheid. Zo werkt de Leuvense Universiteit samen met het Israëlische wapenbedrijf Israel Aerospace Industries (IAI) in het kader van het Europese onderzoeksprogramma FP7, de voorloper van Horizon 2020. Dit bedrijf maakt onder andere de drones (onbemande vliegtuigen) die tijdens de Israëlische bombardementen in de Gazastrook werden ingezet. Omdat IAI ook enkele burgervliegtuigen produceert ziet de KUL hier geen graten in. Onbegrijpelijk toch? Via de Europese fondsen financieren we dus het onderzoek aan universiteiten waar onze jongeren worden opgeleid maar waarbij de vruchten geplukt worden door de Israëlische wapenindustrie.

 

 

Wat is het gewicht van de Israëllobby?

Laat me Shir Hever citeren. Op het einde van zijn toespraak tijdens de zitting van het Russell Tribunal on Palestine in Londen beantwoordde hij deze vraag als volgt: “Het budget van de wapenlobby in de Verenigde Staten is honderd maal groter dan het budget van de Israëllobby. De Amerikaanse wapenindustrie financiert de Israëllobby in de Verenigde Staten.” Het mag duidelijk zijn dat vooral de wapenindustrie profiteert van het uitblijven van een oplossing in het het Midden-Oosten.

 

Intal trekt mee aan de kar van de BDS-campagne (Boycot-Desinvestment-Sanctions). Waarom legt Intal hierop de focus?

We focussen vooral op de sancties, omdat we denken dat we discussie zoveel mogelijk op het politieke vlak moeten voeren. We steunen dan ook de campagne “Stop G4S” tegen de stad Gent en vertalen deze ook naar Brussel (Atomium[3]) en Antwerpen (UA). We willen dat er een politieke beslissing komen die een verbod op samenwerking met firma's zoals G4S komt, firma's die medeplichtig zijn aan de Israëlische bezetting van Palestina. Ik geef een voorbeeld. Op 26 november 2014 heeft de gemeenteraad van Sint-Jans-Molenbeek een motie goedgekeurd voor de uitsluiting bij openbare aanbestedingen van elk bedrijf dat actief is in de bezette Palestijnse gebieden[4]. De gemeenteraad kon dus geen mandaat geven aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het aanschaffen van bewakingscamera's van Radwin. Deze multinational werkt samen met het Belgisch bedrijf Blue Vision en is betrokken bij de bewaking en controle van de Palestijnen in de bezette gebieden o.a. door de installatie van bewakingscamera's rond de Israëlische kolonies, die allen illegaal zijn.

 

Na de aanslag op de redactie van het Franse weekblad Charlie Hebdo werd in de media veel gewag gemaakt van het antisemitisme bij moslims.

 

Antisemitisme is reëel en bestaat niet alleen bij moslims. We moeten het antisemitisme bestrijden. Mensen mogen niet gediscrimineerd worden op basis van hun geloof, noch om andere redenen. We moeten er tegen optreden ook binnen de solidariteitsbeweging. Anderzijds mogen we niet aanvaarden dat alle kritiek op Israël wordt afgedaan als antisemitisme.

 

Als solidariteitsbeweging zullen we met Intal het antisemitisme steeds bestrijden maar daarnaast ook de echte oorzaken van het conflict onderzoeken en dit duidelijk naar voor brengen, zonder de beschuldiging van antisemitisme te aanvaarden. We zijn met Intal trouwens de laatste om over een religieus conflict te spreken. We zien het als een overblijfsel van het koloniale tijdperk, waarbij religie wordt misbruikt om mensen tegen elkaar op te zetten.